“Waarom de schaal van Richter niets zegt over Groningen” 3


Naar aanleiding van de beving van gisteren heeft de GBB een kort artikeltje geschreven over waarom een beving van ‘2.8’ wel degelijk goed merkbaar is.  Ik had afgelopen februari ook al een poging gedaan om dat gegeven te verklaren, maar toen was voor mij ook nog een hoop onduidelijk.

Inmiddels heb ik me al behoorlijk ingelezen in de materie en heb steeds meer het idee dat hoe meer ik erover denk te weten, hoe minder ik eigenlijk blijk te weten over aardbevingen.

De strekking van het artikel van de GBB is ook meer dat men in ‘t westen de impact van dit soort bevingen niet moet onderschatten en dat er meer en betere informatie moet komen hierover. Ik ben het met die strekking volledig eens en wil daar eigenlijk aan toevoegen dat de informatie eigenlijk ook meer laagdrempelig beschikbaar moet komen.  Met laagdrempelig bedoel ik niet een makkelijk te downloaden PDF-je, maar meer op ‘Klokhuis’-niveau uitgelegd.

Oppervlaktebeving vs. dieptebeving

Hier in Groningen is de plek -zoals men bij de GBB ook al opmerkte- waar de trilling begint (hypocentrum) vrij ondiep. (3 km diepte) Zeker vergeleken met bevingen elders in de wereld. (20 – 100 km diepte)  Het gevolg is dan ook dat de richting waarin de trilling zich voortbeweegt heel anders is.

Hier in Groningen zijn het “oppervlaktegolven“, terwijl het elders “ruimtegolven” zijn. De gevolgen van deze golven verschillen nogal. Zo gaat bij “ruimtegolven” de energie die vrijkomt in 3 dimensies van het epicentrum vandaan, terwijl dat hier in Groningen grotendeels maar in 2 dimensies het geval is. De oppervlaktegolf dooft dan dus ook veel minder snel uit en dus heeft een groter gebied last van de trilling.  Doordat het van minder diep komt, is de hoogte van die golf dus ook veel sterker (bij gelijke hoeveelheid energie) dan bij een ruimtegolf.

Je kunt deze oppervlaktegolven het beste vergelijken met het gooien van een steentje in het water.

Net als bij een steentje in het water, kunnen obstakels de trillingen dempen of afbuigen. Bij golfjes in ‘t water kun je denken aan riet in ‘t water en bij aardbevingen aan gebouwen. Dat het in Groningen dunbevolkt is, zorgt er dus ook voor dat de oppervlaktegolf op relatief grote afstand nog goed voelbaar is. Ik woon op nog geen 5 km van Loppersum en bij ons was de trilling om 03:30 (‘s nachts) goed voelbaar, maar ook op ruim 15 km verderop werd een collega van mij er ook wakker van.

Wat is voelbaar?

Inmiddels hebben we al redelijk veel kleine trillingen zelf kunnen voelen en hierbij heb ik het als volgt ervaren:

  • Een trilling vanaf ongeveer 2.0 kunt voelen, maar het is dan makkelijk te verwarren met een vrachtwagen die door de straat dendert. Echter bij ons in de straat rijden die niet 😉
  • Een beving van 2.8 voel je wel degelijk en je kunt er dus wakker van worden als je redelijk licht slaapt.
  • Een beving van 3.0 (begin juli) is ook prima geschikt om van wakker te worden, zelfs als je niet zo licht slaapt.
  • Een beving van 3.6 (vorig jaar augustus) is echt niet te missen, of je moet misschien in de auto zitten. Het hele huis staat te trillen, alles in de kast staat te rammelen, de kat is moeilijk onder ‘t bed vandaan te krijgen en de NAM is een paar-1000 schademeldingen rijker.

Hoeveel zware bevingen kun je verwachten?

De vraag wat voelbaar is, is ook om een andere reden actueel. Het vermoeden is namelijk dat lichte trillingen overdag niet gemeld worden. Dit hoeft geen opzet te zijn, maar heeft wel degelijk invloed op de “voorspelbaarheid” van zwaardere bevingen.

De bevingen in het Groningen-veld blijken te voldoen aan de Gutenberg-Richter wet, die beschrijft hoeveel groter de kans op een hevige aardbeving is dan de kans op een lichte beving. In het Groningen-veld scheelt het een factor 10 per magnitudepunt: de kans op een beving met magnitude 1.5 is dus tien keer zo groot als de kans op een beving met magnitude 2.5, die op zijn beurt weer tien keer zo groot is als een beving met magnitude 3.5. Gemiddeld gesproken zal dus bij elk tiental bevingen met een magnitude van 1.5 of hoger, één beving zitten met een magnitude van 2.5 of hoger.

De zwaardere bevingen komen (gelukkig) nog niet zo vaak voor, dus daar is weinig statistiek op te bedrijven. Echter wanneer je heel veel ‘kleintjes’ hebt, kun je veel beter inschatten of de tijd tussen de bevingen toe- of afneemt. Aan de hand daarvan kun je al wel redelijk voorspellen hoe vaak de ‘zwaardere’ bevingen voor kunnen komen en mogelijk ook wanneer we de eerste “4.0” en “4.5” redelijkerwijs kunnen verwachten.

Maar goed, nu het vermoeden is dat een hoop kleine bevingen over ‘t hoofd gezien worden door het verkeer overdag, zou dat de statistieken wel eens overhoop kunnen gooien.

De grafiek rechts geeft aan hoe vaak trillingen voorkomen met een bepaalde minimale sterkte, afgezet tegen de tijd. Let ook op de logaritmische schaal van de verticale as. (N.B. rechte lijn in een logaritmische grafiek is exponentieel gedrag) Het valt op dat de afstand tussen die verschillende lijnen redelijk constant lijkt te zijn, wat mooi overeen komt met de Gutenberg-Richter wet die ik eerder noemde.  (Bron: rapport van SodM)

Hopelijk gaat de Moovvs sensor die ik besteld heb (verwacht ‘m binnen te hebben voor 1 oktober) heel populair worden, zodat ook de kleine bevingen met een hoge resolutie gemeten worden.  Hoge resolutie door het grote aantal meetpunten. De app van RTVnoord om bevingen te melden heeft de afgelopen dagen al goed laten zien dat het hebben van veel meetpunten (mensen die rapporteren) goed kan helpen bij het snel bepalen van het epicentrum. Dus misschien kan het digitaal verwerken van veel meetpunten ook helpen bij het lokaliseren van de kleine bevingen en dan ook overdag.

Ik hoop dat al dit soort initiatieven kan leiden tot meer openheid in de discussies over de aardbevingen in Groningen en een hoop meer duidelijkheid kan scheppen.


Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

3 thoughts on ““Waarom de schaal van Richter niets zegt over Groningen”

  • sd

    De aardbevingen nemen 0,3 op de schaal van richter toe elke 6 maanden, blijkt uit onderzoek.
    De samenhang, glijfactoreren en leegtes maken de grond logaritmisch onstabieler.
    Dit is nog maar het begin van de ellende.

    • Gijs Noorlander Post author

      Heb je daar ook bronnen van, want waar slaat die toename van ‘0.3’ per 6 maanden op? Is dat een gemiddelde bevingssterkte? of de hoogte van de zwaarste beving?
      En hoe is dat in te passen in de theorie die ik hierboven noem, dat er een vrij constante factor lijkt te bestaan tussen aantallen bevingen en hun magnitude?

      Een toename van het gemiddelde met 0.3 per 6 maand zou betekenen dat de verhouding tussen de bevingen met een bepaalde magnitude zal veranderen, danwel dat je heel veel meer zwaardere bevingen gaat krijgen.

      Kortom, wat stelt die toename van de waarde van “0.3” voor?

  • bert

    de schaal van richter zegt ook alleen iets over de beving op de plek van het epicentrum. er zijn ook schalen voor de sterkte van een aardbeving op andere plekken, welke gevolgen je daar van unt ondervinden, deze schalen geven dus weer met welke kracht je woning wordt getroffen..
    dit is afhankelijk van hoe de beving zich in de grond verplaatst, zoals je zelf ook al opmerkt. maar de samenstelling van de (onder)grond en de obstakels die je tegenkomt zorgen er dus voor dat de sterkte die je ervaart niet slechts afhankelijk is van hoe ver je van een epicentrum afzit en hoe zwaar de aardbeving is op de schaal van richter.